Artikel 300 Wetboek van Strafrecht

Aangifte art. 300 Wetboek van Strafrecht.

Artikel 300 WvSr omvat Mishandeling in de breedste zin van het woord, (dus ook (ex-) partnergeweld. 

Art. 300 WvSr luidt als volgt:

  1. Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
  3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
  4. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.
  5. Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.

Bij de Hoge Raad (HR) , ons hoogste rechtsorgaan (rechtbank) is er een uiteindelijk een definitie tot stand gekomen en die luidt:

Onder “mishandeling” in de zin van art. 300 Sr moet worden verstaan het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid alsmede – onder omstandigheden – het opzettelijk bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, e.e.a. zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat.

Als uw kind dag in, dag uit geïndoctrineerd wordt, zaken hoort over vader zoals eerder genoemd, dan kan niemand zich voorstellen dat dat kind zich daar happy bij voelt en dan zitten we dus aan art. 300 lid 1 waar je aangifte van kunt doen. Vervolgens is er nog een onderdeel van art. 300 wat de aandacht waard is, lid 4: met opzettelijke mishandeling wordt gelijkgesteld de opzettelijke benadeling van de gezondheid.

In 2017 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat strafbaarheid van psychische mishandeling ook in art. 300 lid 4 Sr te lezen is, d.w.z. als benadeling van de (geestelijke) gezondheid.